Oh My God

andrehazesvlieger

Ik had onlangs een discussie met iemand over religie en het feit dat er zoveel mensen zijn die de kerk de rug toe hebben gekeerd, maar dat de belangstelling voor zingeving, inspiratie en spiritualiteit in een mensenleven nog steeds groeiende is. Daarbij kwam ook ter sprake dat van de afgedrevenen een teleurstelling zich meester had gemaakt dat als die God dan bestond waarom er dan toch nog zoveel ellende in de wereld was.

Maar waarom laat onze helaas verscheiden nationale troubadour A. Hazes Sr. in zijn befaamde smartlap een vlieger op met een brief aan zijn moeder die in de hemel is?

En waarom zie ik ieder jaar vele duizenden fietsers de flanken van de Alpe d’hu(z)ez trotseren met het vaste geloof dat hun dierbaren daar in de hemel iets van mee zullen krijgen?

Men gelooft in ieder geval in iets dat boven hen uitstijgt qua voorstellingsvermogen voor zover dat überhaupt noodzakelijk is. Men heeft daar niet het antieke en traditionele beeld van een kerk, een dominee of pastoor bij nodig. Men heeft het instituut met al haar rituelen vaarwelgezegd maar ook het geloof? Het lijkt erop dat velen de baby met het badwater hebben weggegooid zonder te erkennen dat men ergens in gelooft of wil geloven.

We kennen allemaal deze ervaringen van mensen die eindelijk een alibi lijken te hebben gevonden om niet meer in die ene God te hoeven geloven en over mogen gaan tot de orde van alledag om zo ook dit hoofdstuk in hun leven als afgedaan te kunnen beschouwen. Het ruimt lekker op en maakt het leven weer een beetje overzichtelijker.

Maar doen mensen zichzelf niet te kort om deze inspiratiebron links te laten liggen?

Ook ik heb het geloof als pap op jonge leeftijd ingegoten gekregen zonder daar vreselijk veel vragen en kritische kanttekeningen bij te plaatsen. Ook ik heb vaak getwijfeld over de zin en onzin van geloven en ook ik ben meerdere keren afgedreven geweest. Maar wat ik altijd heb gehouden is een lijntje, dun of dik, richting het geloof.

Het openbaarde zich in al die jaren in veelsoortige verschijningen van heel positief en opwindend tot kritisch en vrijwel afwezig of zelfs slapend en comateus. Maar wel altijd aanwezig. In de tijd heb ik geleerd en ervaren dat het geloof voor mij een inspiratiebron is die mij in blijde maar ook in donkere tijden kracht of inzichten geeft waar ik iets aan had. Voor mij is dit het geloof maar ik haal ook kracht en inspiratie uit andere bronnen zonder daarbij af te vragen van wie of waar het afkomstig is. Helpt het mij dan laat ik het binnen, zo niet dan laat ik het liggen en ga ik voort met het leven. Een leven zonder inspiratie is een leven zonder water en zonder zuurstof.

Ik wens iedereen dan ook toe om deze, voor mij in ieder geval rijke bron, niet terzijde te schuiven als totaal ongeschikt of onbruikbaar maar laat het toe en doe er je voordeel. Wegdoen kan altijd nog.

Advertenties

Wakker Appen

Moe-wakker-wordenj

Ik weet niet hoe het u vergaat met de voortschrijdende digitale evolutie maar ik heb weer een stap gezet. Dat wil zeggen ik heb weer een nieuwe ervaring opgedaan die ik zonder internet, e-mail of WhatsApp niet had mee kúnnen maken.

Natuurlijk hebben mensen van mijn generatie wel vaker dit soort ervaringen waarbij de combinatie van verwondering over wat toen nog niet was en nu allemaal kan een belangrijke aanstichter van dit al is. Wij behoren zelfs tot een doelgroep volgens antropologen en dat is natuurlijk altijd geweldig: ergens bij horen, wie wil dat nu niet?!

De huidige generaties met het referentiekader dat alles er gewoon is en gewoon werkt hebben wat dat betreft geen last van verwondering. Of dit nu een zegen is of een last laat ik hier maar even in het midden.

Zo had ik vorige week een afspraak waarvan ik de avond van tevoren mij realiseerde dat ik niet precies wist hoe laat ik aanwezig moest zijn. Op zich niks bijzonders echter ik kwam er alleen achter om 1 uur s ’nachts. Wat te doen?  Opbellen kan niet meer op zo’n tijdstip en wat als ik te laat kom. Ik bedacht mij om te appen maar tegelijkertijd dacht ik: ‘stel je voor dat ik hem wakker maak met mijn whatsapp-bericht?!’

Ik heb mijn telefoon op mijn nachtkastje liggen en ook aan in geval een van mijn kinderen het in zijn/haar hoofd haalt iets dringends dat niet kan wachten te willen delen. Ik weet dus wat het betekent om wakker geappt te worden.

Ik ben dus nu al zo ver dat ik mij bedenk of ik iemand stoor met een bericht dat op een ongelegen tijdstip binnenkomt waarmee ik zijn of haar nachtrust verstoor.

Met een geschreven brief bezorgd door de postbode kwam dat toch niet in je op. En met e-mail had ik dat tot voor kort ook niet. Maar sinds vorige week ben ik mij toch bewuster geworden.

Ik twijfel wel of dit vooruitgang is en hoor graag of anderen dit gevoel ook al eens hebben ervaren. Het goede nieuws is dat ik nog steeds stappen maak in de digitale evolutie en dat is goed voor het zelfvertrouwen.

 

Proef

Experiment

Ik las onlangs een stuk over “regelarme wijkverpleging’ waarbij men een proef gaat doen om te kijken welke effecten het schrappen van 1/3 van de administratieve regels heeft op de kwaliteit van de zorg. In gewoon Nederlands betekent het of de patiënt er iets van zou merken, tenminste dat hoop ik.

Er zijn 2 zaken die mij hierbij opvallen. Het betreft hier een experiment en het duurt 4 maanden. De aanname hierbij is dat men al jaren weet dat de wijkverpleging gebukt gaat onder allerlei onzinnige regels waar men zich aan dient te houden. De beruchtste is de zgn. “5 minuten registratie” waarbij een verzorgende iedere 5 minuten moet opschrijven wat zij/hij aan het doen is én ook nog eens na ieder bezoek moet opschrijven wat er is gedaan. Laat deze twee regels eens even op u inwerken. Ik geloof dat een advocaat in de buurt komt van dit soort praktijken maar die verdient dan ook een veelvoud en doet het zeer waarschijnlijk met veel meer plezier.

En passant vermeld het artikel ook nog even dat als een verzorgende bij een patiënt binnen komt zich via een mobiele telefoon moet aanmelden, een soort van prikklok op afstand. Ik kan niet begrijpen dat deze regels, die al sinds 2009 door de 2ekamer zijn afgeschaft, nog steeds worden gehanteerd.

Waarom zou je een proef doen en waarom zou je die 4 maanden willen laten duren?Gaan we na die tijd weer terug naar de oude werkwijze? Als je weet dat de regeldruk te hoog is en als je weet dat daar wat aan gedaan moet worden wat wil je dan nog uitproberen? Waar twijfel je dan nog aan. Ik kan het niet anders uitleggen dan dat er krachten zijn die baat hebben bij al die regels en voor de vorm een proef hebben uitgeschreven. En, wie zegt mij dat 1/3 veel, weinig of genoeg is. Deze doelstelling lijkt te zijn opgeschreven vanachter een bureau ergens hoog in een kantoorpand ver weg van de dagelijkse praktijk als een mooie uitdaging.

Uit een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat ruim een derde van de 16-plussers (36%) informele hulp geeft. Dat zijn circa 5 miljoen mensen. De meesten van hen geven mantelzorg (32%): persoonlijke verzorging, huishoudelijke hulp, vervoer, administratieve hulp of emotionele steun. Er zijn ruim 1 miljoen vrijwilligers actief in de hulp of ondersteuning. Daaronder schaart het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ook incidentele vrijwilligers en vrijwilligers die niet via een organisatie actief zijn.

Al deze mensen registreren niet wat ze iedere 5 minuten aan het doen zijn, laat staan dat ze inklokken als ze bij hun geliefde de woning binnengaan. Het enige dat ze gebruiken is hun hart, het gezonde verstand en compassie voor de medemens. Daar hoor je geen klachten over de magere kwaliteit van de zorg die zij leveren behalve dan dat ze overbelast raken door de zware verantwoordelijkheid die zij dragen.

Misschien moet deze groep eens overwegen een proef te doen met het invoeren van maar één van deze regels en kijken wat het effect ervan is op hun leven en op dat van de patiënt. Ik weet zeker dat die nog geen 4 dagengaat duren en ik weet zeker dat er geen mens is die daaraan mee zou willen werken.

 

Files zijn een feest

heleendegeestIk weet niet of u dezelfde afwijking hebt maar als ik iemand aan de telefoon heb gesproken die ik nog nooit in levende lijve heb gezien probeer ik mij altijd een voorstelling te maken hoe die persoon er uit ziet. Iemand met een hoge stem stel ik voor als klein en poezelig en iemand met een donkere sonore stem moet er donker en mollig bijzitten met de benen op het bureau.

Hetzelfde heb ik als ik naar de radio luister en vooral als ik in de file sta. Het mag niet, dat weet ik, en sinds ik een documentaire heb gezien over mensen die whatsappend iemand dood hadden gereden leg ik mijn telefoon in de achterbak zodat ik er niet bij kan. Maar af en toe kan ik de verleiding niet weerstaan en als de file maar lang genoeg is zoek ik het gezicht bij de stem en luister ik opeens op een geheel andere wijze dan daarvoor.

In het bijzonder bij Heleen de Geest. Zij leest dagelijks de filemeldingen voor op de radio.  In een file zitten is al erg genoeg maar als Heleen op de zender is dan zit ik toch met een ander gevoel mij te verbijten over wat en of wie er nu weer een opstopping heeft veroorzaakt: een slecht onderhouden vrachtwagen met pech of een te hoge lading of een of andere zondagsrijder die zo nodig voor het eerst in zijn leven met de caravan op stap moet en de hele mikmak middels een schaarbeweging in de berm heeft geparkeerd.

Nee, dan Heleen die met haar warme en duidelijke stem spreekt  met veel compassie voor al die geërgerden die te laat op hun bestemming aan zullen komen. En sinds ik weet hoe ze eruit ziet wordt ik rustig en kan ik eenvoudig loslaten en kunnen mij de files niet lang genoeg duren.

Het is geen garantie maar als u op een P staat of bij een benzinestation zoek het gezicht eens op dat hoort bij de stem. Een waarschuwing is wel op zijn plaats: het kan tegenvallen !

Hormonen

HormonenAfbeeldingIk las een bericht over een proef van de politie in Twente om kinderen die zich voor het eerst misdragen niet langer in de cel te gooien (zo staat het er letterlijk). Het gaat dan om kinderen die een blikje cola hebben gestolen uit de supermarkt en vervolgens naar het arrestantencomplex in Borne worden gebracht, in een cel worden opgesloten, uren moeten wachten op een advocaat en langdurig worden ondervraagd over hun vreselijke zonde.

Men is erachter gekomen dat deze aanpak toch de nodige trauma’s geeft bij deze jeugdige misdadigers. De operationeel expert van de politie noemt deze misdragingen “hormonale criminaliteit”, (ja echt waar!) en dienen niet met een verblijf in een gevangenis bestraft te worden.

Nu is men op het lumineuze idee gekomen om deze kids na een stevig gesprek huiswaarts te sturen om vervolgens de zaak als afgedaan te beschouwen.

De proef is bedacht door de operationeel expert en de parketsecretaris van de Politie en als de resultaten goed zijn krijgt deze aanpak mogelijk een landelijk vervolg.

Ik moest denken aan die keer, lang geleden, dat ik samen met mijn moeder naar de supermarkt ging om boodschappen te doen. Ik zag in het schap pakjes kauwgum liggen die zo’n onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij hadden dat ik dat pakje gewoon moest hebben. Onderweg naar huis brandde de kauwgum in mijn zak en bij thuiskomst haalde ik het voorzichtig tevoorschijn. Niet voorzichtig genoeg want mijn moeder zag wat ik had gestolen. Zij liet vervolgens al haar boodschappen staan pakte mij bij de hand om vervolgens terug te gaan naar de supermarkt om mijn gestolen goed terug te geven. Ik voel nu nog weleens de vernedering van het binnenlopen in die supermarkt en het gezicht van de kassière toen ik na enige aarzeling en aandringen van mijn moeder de kauwgum aan de rechtmatige eigenaar teruggaf en mijn excuses aan moest bieden. Behalve in Twente zou ik nu dus direct de gevangenis in zijn gegooid en na uren verhoord te zijn met de hulp van een advocaat, gevolgd door een zitting voor de kinderrechter misschien wel met een strafblad naar huis gestuurd zijn voor dit vergrijp.De impact van deze correctie door mijn moeder was zo groot dat ik, behoudens een paar hormonale terugvallen in mijn latere jeugd, op het rechte pad heb kunnen blijven.

Ik ben dan ook zeer blij dat men na al die jaren eindelijk heeft ontdekt dat het aan mijn hormoonhuishouding heeft gelegen dus dat ik die kauwgum gewoon móest gappen. Mijn moeder was geen operationeel expert noch parketsecretaris bij de Politie maar moet toen al wel geweten hebben dat je met hormonen voorzichtig om moet gaan en daar ben ik haar nog altijd dankbaar voor.

 

Doe wat !

regels

Ik moet mij vaak vermannen om geen brombeer te worden maar de laatste tijd lukt mij dat niet zo heel erg goed als ik de ontwikkelingen volg op het terrein van het onderwijs.

De medewerkers zijn overbelast, krijgen te weinig salaris en de regeldruk is tot een onaanvaardbaar niveau gestegen. Men komt niet meer toe aan het echte werk waarvoor zij in beginsel met veel passie en professionaliteit gekozen hadden.

Maar laat ik eens uit mijn collectieve geheugen zomaar een aantal zaken de revue passeren die mij tot een brommende beer maken.

Het was minister van Bijsterveldt die voorstelde om de leraren vakantiedagen te laten inleveren om zo de werkdruk te verminderen. Het was minister Plasterk die vele miljoenen beschikbaar had om de klassen te verkleinen. Het was minister Bussemaker die het nodig vond om onder het mom van de verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs het leenstelsel in te voeren d.m.v. een regelrechte bezuiniging die “slechts” de kosten en daarmee de ontoegankelijkheid van het onderwijs verhoogde. Het was minister Asscher die het briljante plan bedacht om de arbeidsmarkt zodanig te flexibiliseren dat een docent die 3 keer heeft ingevallen een vast contract moet krijgen waardoor de inzet van leraren zo flexibel is geworden als beton. Oh ja, en de laatste is onze huidige minister Arie Slob (ex-docent) die met het baanbrekende voorstel is gekomen om de leraren een officiële adviserende rol te geven in de besluitvorming hoe om te gaan met de nog steeds te grote klassen. Zo heeft ieder kabinet wel iets bedacht om het onderwijs en de arbeidsomstandigheden van docenten te verbeteren.

Maar wat is dan nu de stand van zaken: de leraren zijn nog steeds ontevreden en als je deze kleine greep uit alles wat er de afgelopen jaren allemaal niet is bedacht op je in laat werken dan is het heel erg lastig om niet cynisch te worden.

Een ding begrijp ik dan ook niet: hoe is het mogelijk dat de leraren niet in staat zijn om zelf iets te veranderen aan hun penibele situatie? Ok, de hoogte van hun salaris zal wel centraal in Den Haag vastgesteld worden maar de regels en uitgebreide verslaglegging en bureaucratie waar docenten uren mee kwijt zijn en die hen afhoudt van het echte werk nl. lessen voorbereiden, leren leuker maken, zichzelf en elkaar op een hoger niveau tillen is daar dan helemaal niets aan te doen? Volgens mij wel.

Ga een paar uur bij elkaar zitten en bepaal samen wat nuttig is en gooi alle nutteloze regels in de prullenbak, meld het aan het bestuur en aan de ouders dat je het anders gaat doen. (Ik zeg met nadruk ‘melden’ en niet ‘ga in overleg’). Wees niet bang voor sancties of ander onheil maar doe het gewoon! Iedereen vindt dat het moet gebeuren van hoog tot laag en van links tot rechts. En wat als het bestuur of erger, de onderwijsinspectie je op de vingers tikt en misschien wel met boetes of schorsingen dreigt. Laat ze maar blaffen, het tekort aan leraren is toch lekker hoog dus bang om je baan te verliezen hoef je niet te zijn. Docenten zijn intelligente professionals die heel goed weten wat goed is voor de student en voor zichzelf dus waarom aldoor klagen en huilen dat het allemaal zo zwaar en ellendig is. In het bedrijfsleven is het heel gewoon om invloed op je werkvreugde te hebben dus waarom niet op school. Dit liberale kabinet belooft met een terugtrekkende overheid minder regels en staatsbemoeienis en verwacht meer verantwoordelijk van de burger en in dit geval dus ook van de leraren.

Demonstreren en het Malieveld bezetten is leuk als je een dagje op kosten van de school Den Haag wil doen maar die fase ligt nu toch wel achter ons.

Hou op met mauwen (zoals wij dat in Gelderland zeggen) en doe het gewoon, niet morgen maar vandaag voor úw ontwikkeling en daarmee ook van de leerlingen.

PS: ter inspiratie zie ook : ‘Zeur niet’ door Conny Stuart en Annie M.G. Schmidt

Verspilling

tijdverspilling-loesje

Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik heb de laatste tijd nogal last van verspilling: verspilling van tijd.

Ik moet vaak terugdenken aan een uitspraak van een goede vriend, bij zijn benoeming tot ridder in de orde van Oranje Nassau, op de vraag waar hij toch al die tijd vandaan haalde om zo actief te zijn als vrijwilliger, bestuurslid en vader van drie dochters: “ Ik kijk geen televisie”.

Na een dag hard werken is het zo ontzettend verleidelijk om na het eten op de bank te ploffen met de afstandsbediening in de hand rond te zappen langs alle kanalen op zoek naar iets dat mogelijk bijdraagt aan de behoefte van het moment. Om er aan het eind van de avond gedeprimeerd achter te moeten komen dat het je weer niets heeft opgeleverd en je eigenlijk veel nuttigere en vooral veel leukere dingen had kunnen doen. Een vriend of vriendin bellen of bezoeken, een kaartje sturen aan een nicht die haar eerste kind heeft gekregen of gewoon een boek lezen. En toch blijven die dingen gewoon liggen, ze worden eenvoudigweg uitgesteld.

Als ik de tijd die ik verspil aan nutteloze zaken zoals televisiekijken of met mijn smartphone pielen bij elkaar op tel gaat er ongemerkt een half leven aan me voorbij waarin ik echt bezig had kunnen zijn met zaken die ertoe doen en die mij meer voldoening geven.

En het ergste van alles is dat je er ook nog eens ontzettend moe van wordt, het put je op de een of andere manier ook nog eens heel erg uit. Kortom, een gewoonte die mij op vele fronten weinig brengt.

Maar wat te doen nu die wijze uitspraak al zo’n lange tijd in mijn hoofd rondzingt maar waarbij ik de daad nog niet bij het woord heb weten te voegen.

Stukjes schrijven zoals deze zijn ook vaak therapeutisch. Je deelt ze wel om mensen misschien te inspireren maar deze keer praat ik toch vooral tegen mezelf. Het is als in een praatgroep eindelijk openlijk uitkomen voor je verslaving die je daarvoor nog ontkennend voor je wist te houden.

Het openbaar maken helpt je bewust te worden en daarmee al halfweg richting een oplossing.

Bij dezen.

 

Otto W.A. van Verschuer

Voorbeelden

voorbeelden

Het was ons aller Peter Balkenende die tijdens zijn premierschap de bevolking opriep tot meer beschaafdere omgangsvormen door de slogan “Fatsoen moet je doen“ te debiteren. De reacties waren wisselend, variërend van ‘betutteling’ tot aan ‘eindelijk dat iemand het eens hardop durft te zeggen’.

Met de kennis van nu, als commissaris van de ING Bank en medeverantwoordelijk voor de exhibitionistische loonsverhoging van een van de medewerkers, is het op z’n minst lastig deze oproep van toen vandaag de dag op de juiste waarde in te schatten. Wat is die waarde dan als je zelf het voorbeeld niet meer hebt kunnen zijn en hoe redelijk is het om iemand voor eeuwig aan te spreken op mogelijke inconsistenties. Als premier worden je woorden dag en nacht op een goudschaal gelegd en gewogen maar betekent dat dan dat je als ambteloos burger weer alles kunt doen en zeggen wat je wilt.

Het kan natuurlijk altijd, we leven immers in een vrij land maar de mens verbindt nu eenmaal consistentie met betrouwbaarheid en als je daar mee marchandeert dan loop je het risico je reputatie te grabbel te gooien.

Dat is op zich nog niet zo erg, wat erger is als de voorbeelden verdwijnen en plaats maken voor cynisme en onverschilligheid. Een voorbeeld dient als baken om te volgen, te inspireren en te verbinden.

We spreken over duurzaamheid van producten maar niet zo vaak over duurzaamheid van woorden. Woorden krijgen inhoud en gewicht als ze geschraagd worden door voorbeelden en zolang het voorbeeld blijft bestaan zijn ze duurzaam. Zeker als het goede voorbeelden zijn.

Inleven

Gift

In mijn gezin heerst de gewoonte dat als iemand jarig is en je ook maar een percent van de gedachte voelt opkomen om diegene te verrassen met een geschenk dat zij/hij niet zelf heeft uitgezocht, je een groot risico loopt. Vandaar dat mijn gezinsleden al ver voor de grote dag een verlanglijst opgeven waar je uit kunt kiezen. Maar wee je gebeente om daarvan af te wijken want dan loop je zo maar het gevaar de gr dag naar de haaien te helpen.

Verrassingen zijn uit de tijd en een cadeau mag geen teleurstelling zijn. Want stel je voor dat het niet mooi, past, hip of de juiste kleur is.

Dat is dus waarschijnlijk ook de reden dat mensen tegenwoordig uitsluitend nog risicoloze cadeau’s geven zoals een fles wijn, een VVV-bon of erger, een bon waarmee je verplicht naar een sauna moet. Inwisselen voor geld is geen optie en iemand anders een plezier doen is vragen om problemen.

Vroeger toen ik nog een puber was en naar een feestje van een klasgenoot mocht ging ik met een vriend de hele middag winkel na winkel af om een geschikt cadeau te vinden. Dat deed je met haar in je gedachten. Je liet alles de revue passeren: haar hobby’s, sport, haar smaak voor kleding en sieraden, inrichting van haar kamer, haar fiets, make-up etc. Je leefde je zogezegd in in die persoon.

En als je dan eindelijk iets gevonden had hoopte je vurig op de avond van het feest een stralende gastvrouw te zien die zo ongelooflijk blij was met jouw cadeau. En als dat dan gelukt was gaf dat zo’n voldaan en gelukzalig gevoel van succes dat ik er nu nog weer een glimlach van op mijn gezicht krijg als ik eraan terugdenk.

Ik kwam op deze herinnering toen ik onlangs een boek kreeg van een goede vriend van mij. Zonder dat ik ooit had aangegeven dat ik dit specifieke boek op mijn wensenlijst had staan nam hij daar volgens de gebruiken binnen mijn gezin toch een groot risico mee.

Het boek ging over een Engelse psychiater die op een wervelende wijze haar leven beschrijft in diverse klinieken waar zij heeft gewerkt. Een van de beste boeken die ik in lange tijd heb gelezen. Een cadeau van iemand waar ik het nooit van had verwacht maar heel dankbaar voor ben.

Nu ik terugdenk aan die puberjaren en aan de reflecties die mijn kameraad moet hebben gehad om op dit cadeau te komen wens ik iedereen een paar van deze helden in zijn/haar kring der naasten toe. Want als we de verrassingen nu ook al uit ons leven proberen te verbannen in deze maakbare maatschappij wordt het er allemaal niet leuker op. Of mij dat in mijn gezin nog gaat lukken weet ik niet. Ik ga het weer eens proberen.

Voetpedicure

Over twee weken mogen we weer naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat is altijd weer een feest der democratie. En het dreigt weer een spannende strijd te worden tussen partijen die landelijk opereren al dan niet in de regering of in de coalitie en de vele lokale partijen die veelal beginnen met Lokaal X of Ons Belang Y.

In mijn gemeente is er geen boom of lantaarnpaal die niet behangen is met uitdagende posters van de lokale gladiatoren die allemaal dromen van het felbegeerde pluche dat hoort bij het raadslidmaatschap.

Eén poster viel mij daarbij in het bijzonder op. Hij hing voor het raam van een huis waar een auto voor de deur geparkeerd stond. Op het eerste gezicht niet een echt opmerkelijke scene. De eigenaar van de auto maakte niet alleen reclame voor zijn favoriete kandidaat maar ook voor zijn/haar eigen dagelijkse beroep: voetpedicure.

Nu was er de laatste maanden nogal veel ophef over het dreigende risico van raadsleden die het verschil tussen de boven- en de onderwereld niet meer heel erg scherp op het netvlies zouden hebben. Het lokale bestuur zou worden ondermijnd door maffia-achtige praktijken.

Ik reed door de straat, zag de poster, zag de auto met uitdagende belettering en vroeg mijzelf af: wat is er erger.

%d bloggers liken dit: